ANIMA ETERNA BRUGGE PALMT BERLIJNSE FILHARMONIE IN MET LISZT
DeMorgen | 12.09.2011 | p.32 | door Stephan Moens
Jos Van Immerseels orkest Anima Eterna, dat dit jaar zijn vijfentwintigste verjaardag viert, gedenkt ook Franz Liszt, die aan zijn tweehonderdste toe is. De tournee startte in Weimar, waar de Hongaarse pianovirtuoos in de negentiende eeuw het muziekleven beheerste. De tweede statie was nog prestigieuzer: in het kader van het Musikfest Berlin speelde het Vlaamse orkest in de Philharmonie, een van de belangrijkste concertzalen ter wereld.
De orkestwerken van Liszt behoren niet op dezelfde manier tot het repertoire als zijn pianomuziek. Ze zijn best moeilijk, zowel voor de musici als voor de luisteraar, die vaak de achtergronden niet meer kent. Het programma dat Van Immerseel presenteert is dan ook niet vanzelfsprekend, temeer omdat het grotendeels bestaat uit melancholische, zelfs depressieve stukken. Het biedt wel een fascinerende blik op het laatnegentiende-eeuwse gedachtegoed: idealisme, doodsverachting en -verlangen, heroïek als bovenmenselijke levensopgave.
Geen volledig volle zaal dus in Berlijn (in de grote zaal van de Philharmonie kunnen bijna 2.500 mensen) maar wel een bijzonder aandachtig publiek. Eerst is het nog een beetje gereserveerd. De derde Hongaarse rapsodie is misschien een al te duidelijke captatio benevolentiae en ‘La notte’ uit de Trois odes funèbres een stuk dat meer dan één beluistering vereist om er al de duistere verschrikkingen van te bevatten. Maar daarna groeit het enthousiasme zienderogen.
Een eerste voltreffer zijn vier georkestreerde Goethe-liederen van Hugo Wolf. De bariton Thomas Bauer is een van die voortreffelijke liedbaritons die de laatste jaren op het toneel zijn verschenen. Zijn inleving in de drie ‘Harfenspieler’-liederen uit Wilhelm Meister is overdonderend, in ‘Prometheus’ lijkt hij wel het personage zelf, dat al zijn krachten moet oproepen om naar het hoogste te grijpen. Het publiek is meer dan dankbaar.
‘Les Préludes’ van Liszt heeft in Duitsland een bijzondere betekenis, omdat het door de nazi’s werd misbruikt om op de radio de militaire successen in de oorlog te begeleiden. Van Immerseel omzeilt de val op zijn typische manier: door de partituur letterlijk te nemen en bijgevolg te ontdoen van alle bombast die er door de interpretatiegeschiedenis aan werd toegevoegd. Ook daarvoor zijn de toehoorders en wellicht ook Liszt vanuit zijn graf hem dankbaar.
Twee andere werken tonen de componist van zijn experimenteelste kant: ‘Deux légendes’ en ‘Von der Wiege bis zum Grabe’ gaan heel ver in de uitpuring van de orkestklank en van de thematische verwerking. Hier moeten de musici op de toppen van hun tenen staan om de huizenhoge precisie-eisen aan te kunnen. Het lukt hoewel of net omdat de breekbaarheid erg groot is.
De uitsmijter is ‘Totentanz’, een waanzinnige en alle grenzen doorbrekende parafrase over het ‘Dies Irae’ voor piano en orkest. Pascal Amoyel haalt alles uit de glorieuze Erard-vleugel: van strelende akkoorden tot krankzinnige toonladders en glissandi. Het orkest danst vrolijk mee de dodendans. Het publiek juicht en wordt door Amoyel knipogend beloond met ‘Consolation’.
Op 22 oktober meert Anima Eterna weer aan in thuishaven Brugge. Mis het niet.
Anima Eterna speelt Liszt/Wagner/Wolf op 22 oktober in het Concertgebouw in Brugge.
© De Persgroep Publishing
