POULENC – Concert champêtre, Suite française

Toen ik Poulenc in 1961 ontdekte via zijn kamermuziek, was dat een regelrechte schok. Hij werd toen vaak gespeeld, opgenomen en verspreid en genoot een grote bekendheid. Vandaag lijkt hij echter bijna vergeten, terwijl hij in mijn ogen een van de meest opvallende persoonlijkheden van de twintigste eeuw was, zeer erudiet maar ook verrassend spontaan. Hij was bovendien een briljant pianist. Poulenc onderscheidde zich vooral door zijn vermogen om zijn liefde voor oude muziek perfect te integreren in zijn eigen stijl, zonder te vervallen in overdreven nostalgie of muziek “op de wijze van”.

Poulenc componeerde zelfs een concerto voor klavecimbel, het Concert Champêtre, dat bol staat van de rechtstreekse referenties aan de achttiende eeuw, hoewel het geschreven werd in 1929. Toen was het klavecimbel een bijzonder exotisch instrument. Hij schreef ook de Suite française d’après Claude Gervaise, verwijzend naar een componist uit de vijftiende eeuw. Het befaamde langzame deel uit zijn Concerto pour deux pianos, besteld door prinses Edmond de Polignac en in 1932 in Venetië gecreëerd door Poulenc en Jacques Février in samenwerking met het orkest van Milaan, getuigt eveneens van die voorliefde en is geschreven in zuivere Mozartstijl.

Ik was bijzonder onder de indruk van de Suite française, die oorspronkelijk in 1935 werd gecomponeerd voor de tweede acte van Margot van Édouard Bourdet. Het gaat om een schitterende adaptatie van negen dansen uit de Livres de danceries van Gervaise uit 1655. Het werk ging nadien een eigen leven leiden. De instrumentatie is erg origineel: twee hobo’s, twee fagotten, twee trompetten, drie trombones en natuurlijk een klavecimbel en percussie. Laat u charmeren door de schitterende kleuren van de Franse fagotten, de geanimeerde dialoog tussen de hobo’s en de trompetten, de zachtheid van de trompetten en fagotten en het “spaarzame” gebruik van percussie om u te overtuigen van de pracht van dit werk. Deze Suite française is voor mij de beste “vertaling” van oude muziek naar de taal van de twintigste eeuw, boordevol knipogen en uiterst ontroerende passages.

Het Concert champêtre werd gecomponeerd voor de befaamde klaveciniste Wanda Landowska, die een Pleyel-klavecimbel uit 1912 bezat en die als eerste totaal vergeten oude muziek weer opvoerde: dit grote concertmodel was een hybride instrument met vijf klassieke octaven, aangevuld met een 16 voet-stop. Het instrument beschikte over pianotoetsen, pedalen voor een snelle registerwijziging, een harmonietafel die drie keer zo dik was als normaal en een uitzonderlijk hoge snaarspanning die het gebruik van lederen plectra vereiste. De klank van een dergelijk model maakt indruk wanneer het vlakbij staat in een kleine ruimte maar in een concertzaal draagt hij minder ver dan die van een goed oud klavecimbel of van een goede kopie.

Sinds 1974 heb ik heel wat types van klavecimbels kunnen proberen voor de vertolking van het Concert champêtre. Ik ben er nog altijd van overtuigd dat het befaamde “Grand Modèle” of andere instrumenten van dit type niet geschikt zijn om met een orkest te combineren. Ik verkies een uitstekend Frans klavecimbel uit de achttiende eeuw of een goede kopie. Voor onze opname konden we beschikken over het prachtige instrument van Émile Jobin, dat dateert uit 1983. Het gaat om een kopie van een klavecimbel dat in 1749 werd gebouwd door Jean-Claude Goujon en dat momenteel wordt bewaard in het Musée de la Musique in Parijs. Deze kopie biedt – dankzij een kwalitatief superieur mechaniek met toets- en articulatievariaties – een breed gamma aan kleuren en karakters dat de fantasie van Poulencs muziek perfect tot zijn recht laat komen.

Jos van Immerseel

© Outhere Music