Pianoforte Anton Walter

Pianoforte Anton Walter, Wenen - Christopher Clarke, Cluny, 1988 (Jos van Immerseel)

anton walter pianoforte

De pianofortes naar Anton Walter

Op het portret van Anton Walter, geschilderd toen hij drieënzeventig was, kijkt de man ons doordringend, ietwat nors aan, met een trieste, maar bijzonder intense blik. Op dat moment, in 1825, is hij al lang opgehouden met het bouwen van piano’s en heeft hij zich toegelegd op het kweken van fruitbomen in zijn boerderij in Neder-Oostenrijk.

Walter vestigde zijn atelier in Wenen aan het eind van de jaren 70 van de 18de eeuw. Al snel werd hij een vooraanstaande figuur in de muziekwereld, waarvan het middelpunt in Wenen lag en die plots in de ban raakte van de pianoforte. Toen Mozart in 1781 in Wenen arriveerde, schreef hij in een brief aan zijn vader: “… Dit is het land van de piano’s… zelfs al had ik maar twee leerlingen, dan nog zou ik beter rondkomen dan in Salzburg… “ Twee jaar later kocht hij bij Walter een piano, die hij vanaf dat moment altijd zou meenemen naar de verschillende theaters waar hij concerten gaf.

De geniale Walter, die zijn leven lang bleef experimenteren, was immers de onbetwiste schepper van de Weense piano.

Dat Mozart voor een instrument van Walter koos hoeft ons niet te verbazen. De geniale Walter, die zijn leven lang bleef experimenteren, was immers de onbetwiste schepper van de Weense piano. Hij inspireerde zich op elementen die waren ontwikkeld door bouwers uit Zuid-Duitsland, zoals Stein en Späth, en bracht daarin radicale wijzigingen aan die de structuur, de zangbodem maar vooral het mechaniek ten goede kwamen. Terwijl zijn instrumenten nog steeds vijf octaven telden en net als hun voorgangers volledig uit hout waren vervaardigd, klonk hun tonaliteit ronder en krachtiger en was hun mechaniek betrouwbaarder. Deze liet bovendien veel meer nuances toe zodat de muzikanten plots over een nieuw palet van schier onbeperkte artistieke mogelijkheden konden beschikken.

Walter was een visionair met een passie voor politiek: hij was een overtuigd Jacobijn, wat hem er echter niet van weerhield om in 1790 pianobouwer aan het Keizerlijke Hof te worden. Op het hoogtepunt van zijn roem stond hij aan het hoofd van het belangrijkste atelier van Wenen dat vijftig personen tewerkstelde. Verschillende bouwers in Wenen en elders kopieerden zijn instrumenten, en hij bleef zelf aan zijn ontwerpen sleutelen tot omstreeks 1800, toen zijn schoonbroer zijn vennoot werd. Volgens de muzikale smaak van die tijd moesten de piano’s zijn uitgerust met 5 ½ of zelfs 6 octaven. Om de een of andere reden slaagde Walter er echter niet in om zijn creativiteit op deze grotere instrumenten over te dragen, zijn onderneming verschoof dan ook geleidelijk naar de achtergrond.

Walter was een visionair met een passie voor politiek

Er waren nog andere factoren die de klassieke piano, waarvan Walter in zijn tijd de basis had gelegd, deden evolueren naar nieuwe, romantische vormen. Walter, zo leek het, bleef een man van de Verlichting die wel mede een nieuwe orde in het leven had geroepen, maar zich slecht aan de realiteit ervan wist aan te passen.

Christopher Clarke

Vertaling: Charlotte Klima