Hobo Grundmann & Floth

De hobo die ik in dit concerto bespeel, is een kopie die instrumentenbouwer A. Bernardini gemaakt heeft naar een instrument in het Drents Museum van Assen (NL) dat de inscriptie “GRUNDMANN & FLOTH / DRESDEN” draagt. Jakob Friedrich Grundmann (1727-1800) was een leerling van J. Poerschmann uit Leipzig (waarschijnlijk in de jaren 1740) voor hij zich voor eigen rekening in Dresden vestigde. Het is dus mogelijk dat hij tijdens zijn leerjaren in Leipzig C.P.E. Bach ontmoet heeft. Vanaf 1788 begon Johann Friedrich Floth (1760-1807) in het atelier van Grundmann te werken (waarschijnlijk ook als leerjongen). Dresden was op dat moment een van de belangrijkste productiecentra van blaasinstrumenten in Duitsland (in Dresden waren nog heel wat andere uitstekende instrumentenbouwers aan de slag, zoals A. Grenser). De hobo’s van Grundmann waren in die jaren erg befaamd, zowel om hun hoogwaardige afwerking als om hun zuiver muzikale kwaliteiten (klankrijkdom, intonatie, …). Het ligt dus voor de hand dat verscheidene instrumentenbouwers vandaag kopieën van die fluiten bouwen.

Zoals de meeste hobo’s uit die periode is mijn instrument van bukshout. Deze hobo heeft echter vier kleppen, terwijl het origineel er maar twee heeft. Die twee extra kleppen gebruik ik niet. De eerste is immers een klep voor de octaafverbindingen (die zijn er niet in dit concerto) en de tweede een klep voor de lage do kruis (die er ook niet is). Door de heldere en lichte klank van deze hobo kan ik in een concerto als gelijke de dialoog met het orkest aangaan. Zijn opening is smaller dan die van een barokhobo waardoor ik gemakkelijk het hoge register aankan en waardoor zelfs verschillende verbindingen mogelijk worden die op een oudere hobo niet kunnen.

Hobo Grundmann & Floth – A. Bernardini (Benoît Laurent)