Bassetklarinet Theodor Lotz

Bassetklarinet Theodor Lotz - Soren Green, Den Haag, 2013 (Lisa Shklyaver)

De bassetklarinet weerklonk voor het eerst op 20 februari 1788 in het keizerlijke Nationaltheater in Wenen, waar Anton Sadler (1753-1812) een concert gaf en variaties uitvoerde, die tot op vandaag niet geïdentificeerd zijn.

Het ontstaaan van dit instrument is enerzijds te danken aan de historische omstandigheden in de muziekwereld aan het einde van de achttiende eeuw, toen de twee klarinetvirtuozen van dat moment, de gebroeders Anton en Johann Stadler, de keizerlijke Hofinstrumentenbouwer Theodor Lotz (1747-1792) én Wolfgang Amadeus Mozart (1756-1791) tegelijkertijd in dezelfde stad waren: Wenen. Anderzijds is het instrument het product van een tijd waarin er ijverig werd geëxperimenteerd om de technische mogelijkheden van de klarinet te verbeteren. Eén van deze verbeteringen was de uitbreiding van de ambitus van de klarinet met een grote terts naar beneden, welke door A. Stadler werd voorgesteld en door Th. Lotz in het midden van de jaren tachtig van de zeventiende eeuw werd gerealiseerd; eerst nog diatonisch en later, na 1790, ook chromatisch.

Het valt echter te betwijfelen of Stadler en Lotz de uitvinders van de bassetklarinet zijn, omdat er in Parijse museumarchieven klarinetten van rond 1770 zijn ontdekt waarvan de ambitus eveneens naar beneden uitgebreid is en die qua constructie overeenkomen met hetgeen we als bassetklarinetten kennen. In ieder geval is de eigenlijke carrière van de bassetklarinet dankzij Stadler, Lotz en Mozart in Wenen begonnen en helaas tamelijk snel ook weer afgebroken. Het instrument dat Stadler zelf “Baß-klarinet” of “Inventionsklarinette” noemde en dat later bassetklarinet of Stadler-klarinet genoemd zou worden, is met de biografie van deze musicus meer verbonden dan met welke andere ook. Aan hem heeft Mozart twee van zijn geniale werken – de parels van het klarinetrepertoire – opgedragen: het Kwintet KV 581 en het Concert KV 622. Of Mozart zelf de uitvoering van deze concerten nog heeft kunnen meemaken, is onduidelijk; hij voltooide het werk pas drie maanden voor zijn dood.

Meer dan honderdvijftig jaar lang was de bassetklarinet een vergeten instrument; de beide werken van Mozart werden door de bassetklanken te oktaveren aan normale klarinetten aangepast en werden tot midden twintigste eeuw ook alleen zo gespeeld. Als gevolg van de groeiende interesse in de authentieke uitvoeringspraktijk beleefden ook deze twee werken uiteindelijk een ware renaissance, dankzij Alan Hacker, die de klarinetstemmen voor de bassetklarinetten heeft hersteld.

Vandaag de dag bestaat voor ons de mogelijkheid om met een gereconstrueerd instrument uit de tijd van Mozart het oorspronkelijke klankidee te benaderen, dat een onlosmakelijk deel van het muziekstuk is.

Het zou echter niet helemaal juist zijn om te beweren dat het spelen op historische instrumenten of op de kopieën daarvan de zogenaamde “oorspronkelijke klank” voortbrengt; daarvoor ontbreekt er te veel! Doordat we nolens volens aangewezen zijn op beschikbare afbeeldingen, brieven, berichten en krantenartikelen, kunnen we slechts een beperkte voorstelling krijgen van hoe een orkest in 1790 of 1820 moet hebben geklonken. Bovendien kennen we de wereldmuziekgeschiedenis van de afgelopen 200 jaar en hebben deze ook opgenomen, wat ons denken en luisteren heeft beïnvloed. Dit kan over een musicus van het begin van de negentiende eeuw vanzelfsprekend niet worden gezegd. Toch is het een bijzondere missie om de muziek zó te laten klinken zoals ze destijds misschien klonk, en dit niet alleen door met de kopie van een historische bassetklarinet te musiceren, maar ook door 220 jaar terug in de tijd te blikken om de zeitgeist van toen muzikaal te vatten. Dit is de missie waaraan wij ons bij Anima Eterna Brugge wijden en deze is slechts mogelijk met onze historische instrumenten.