Jos van Immerseel is vaandeldrager en bezieler van Anima Eterna Brugge. Stuurman en verkeersleider ook: als dirigent zoekt en selecteert hij het repertoire dat op de pupiters belandt, distilleert hij een getrouwe en werkbare repertoirelezing uit de beschikbare bronnen, kiest hij bezetting, musici en solisten en zorgt hij voor voldoende materiaal, zodat een optimale voorbereiding kan geschieden.
Als pianist, organist en klavecinist is Jos van Immerseel uitermate gevoelig voor de eigenheden van elk individueel instrument: van materiaalsoort tot productieproces, over sonore en technische mogelijkheden tot ‘persoonlijkheid’ en patine. Fanatisme, specialisatiedrift of persoonlijke voorkeuren/antipathieën zijn hierbij van geen tel: goed musiceren heeft weinig te maken met smaak, alles met inzicht. En inzicht komt voort uit instrumenten en bronnen: materiaal dat essentieel verschillend is voor elke compositie, net zoals de specifieke werktuigen die een vakman dient te gebruiken voor elke klus of constructie die hij aanvat. Voorbijgaand aan de beladen notie van een ‘historische uitvoeringspraktijk’ staat van Immerseel een ‘evidente aanpak’ voor: vanzelfsprekende oplossingen die zich vanuit het beschikbare materiaal aandienen, of nog: muziek die zichzelf de weg wijst.
Integriteit, gedrevenheid, vasthoudendheid, verwondering en enthousiasme: dat is Jos van Immerseel ten voeten uit. Een uitgesproken visie evenzeer, onder meer op wat een orkest kan, mag, moet of zeker niet hoort te zijn. De keuze voor een projectorkest zonder institutioneel kader of vaste bezetting was bewust: Anima Eterna Brugge mag geen versteende groep van anonieme, dociele muzikanten zijn die drijft op routine of zich verstopt achter dat ene uithangbord – de ‘sterdirigent’. Anima is een ‘academia’, een microkosmos die steunt op loyaliteit en continuïteit, en bevolkt wordt door geëngageerde musici met eigen specialismen en persoonlijkheden, maar vooral met gedeelde idealen.
Al wat van belang is, ligt besloten in de partituur, het bespeelde instrumentarium en het inzicht van de musici in dat materiaal. Een ideale uitvoering begint exact op dat punt, niet vanuit een gekleurde perceptie daarvan – ‘Wie hetzelfde anders zegt, zegt iets anders’1 , nietwaar? Enige drang tot zelfprofilering via het orkestapparaat is Jos van Immerseel dan ook vreemd. Tegelijk hoedt hij zich voor de nefaste pendant van een verblindend ego of een verlammende autoriteit: ruggengraatloze vrijblijvendheid. Er moet in de diepte gewerkt kunnen worden om de fundamenten te leggen van een artistiek bouwwerk.
Constructie is daarbij zoveel belangrijker dan reconstructie: het verleden terughalen is onmogelijk, het creëren van een levende, ademende realiteit die het ideaal van het origineel zo dicht mogelijk benadert, is dat wel. En zo blijken historische noodzaak en artistieke vrijheid geen tegengestelde, maar complementaire krachten.
1. Paul Scholten, opschrift boven de Oudemanhuispoort van de Amsterdamse universiteit
Jos van Immerseel est le porte-drapeau et l’inspirateur d’Anima Eterna Bruges. Il en est également le capitaine et l’aiguilleur : en tant que directeur musical, il choisit et sélectionne le répertoire qui atterrit sur les pupitres, distille une lecture fidèle et opérationnelle du répertoire à partir des sources disponibles, détermine l’effectif, choisit les musiciens et les solistes, et fait en sorte qu’il y ait suffisamment de matériel afin que la préparation soit optimale.
Jos van Immerseel, pianiste, organiste et claveciniste, est extrêmement sensible aux qualités propres à chaque instrument : cela va du matériau utilisé au processus de fabrication, des possibilités sonores et techniques de l’instrument à sa « personnalité » et à sa patine. Fanatisme, spécialisation excessive, ou préférences personnelles / antipathies sont ici peu appréciés : une bonne interprétation n’est pas une question de goût mais d’intelligence, de compréhension. La compréhension provient des instruments et des sources : or c’est un matériau qui diffère pour chaque composition, tout comme les outils spécifiques qu’un artisan doit utiliser pour chaque tâche ou construction qu’il entreprend. Dépassant la notion chargée « d’interprétation sur instruments d’époque », Jos van Immerseel préconise une « approche évidente » : des solutions manifestes dictées par le matériel disponible ou encore une musique qui se fraye son propre chemin.
Intégrité, passion, ténacité, étonnement et enthousiasme : ces termes brossent un portrait fidèle de Jos van Immerseel. On pourrait leur rajouter une vision claire, entre autres, de ce qu’un orchestre peut, a le droit, doit faire ou ne doit certainement pas être. Le choix d’un orchestre fonctionnant par projets, sans cadre institutionnel ou effectif fixe a été fait consciemment : Anima Eterna Bruges n’a pas le droit d’être un groupe figé de musiciens dociles et anonymes fonctionnant sur le mode de la routine ou se cachant derrière l’enseigne de la star chef d’orchestre. Anima est une « académie », un microcosme qui s’appuie sur la loyauté et la continuité. Il est constitué de musiciens engagés, spécialisés, possédant une personnalité, mais surtout qui partagent des idéaux.
Tout ce qui est important se trouve dans la partition, l’effectif instrumental utilisé, et la compréhension de ce matériau par les musiciens. Une interprétation idéale commence exactement par ces points, et non par une perception subjective de l’œuvre – « qui dit la même chose de façon différente, dit autre chose »1 , n’est-ce pas ? Tout désir de se profiler personnellement à travers l’appareil de l’orchestre est donc étranger à Jos van Immerseel. Il se méfie également du pendant néfaste d’un ego aveuglant ou d’une autorité paralysante : du non engagement dépourvu d’épine dorsale. Il faut pouvoir travailler en profondeur afin de poser les fondements d’un bâtiment artistique.
La construction est dans ce cadre beaucoup plus importante que la reconstruction. S’il est en effet impossible de retrouver le passé, la création d’une réalité vivante, qui respire, et qui approche aussi près que possible l’idéal de l’original est en revanche accessible. De cette manière, la nécessité historique et la liberté artistique ne sont pas des forces opposées mais complémentaires.
1. Paul Scholten, inscription sur l’Oudemanhuispoort de l’Université d’Amsterdam


