Ludwig van Beethoven

Complete Symphonies & overtures

Ten tijde van Beethovens symfonische debuut was de esthetische appreciatie van de instrumentale muziek aan een steile opmars bezig, met de symfonie als pronkzuchtig paradepaardje. Ondanks zijn prestigieuze status op het vlak van schaal, opzet en intentie, wekte het genre omwille van zijn ‘abstracte’ aard echter ook enige scepsis: muziek zonder gezongen tekst werd niet bij machte geacht ethische waarden, sociale boodschappen, politieke of artistieke ideeën te kunnen overbrengen. De symfonie werd er, kortom, van verdacht meer entertainment dan cultuur te zijn.

Vooral in Duitsland/Oostenrijk en met Haydn, Mozart en Beethoven als sleutelfiguren, keerde het tij aan het begin van de 19de eeuw: de ontstentenis van tekst gold nu als vrijbrief voor creativiteit en expressie, en instrumentale muziek werd het toonbeeld van muziek met universele zeggingskracht. Absolute muziek verwierf een autonome status en kreeg al gauw idiosyncratische semantische kwaliteiten toegedicht: op heel eigen wijze kon ook muziek zonder woorden een vehikel voor ideeën, overtuigingen en verhalen zijn.

Hoewel deze ontwikkeling niet geheel op zijn conto te schrijven is, was Beethoven wel een spilfiguur op een scharniermoment. Zijn directe invloed op het esthetische concept, de thematische integratie en het dramatische potentieel van de symfonie zou generaties lang doorwerken. Maar ook op het technische vlak was Beethoven een cruciale schakel. Doorheen een plejade aan compositietechnieken heeft hij de vormtaal van het genre vernieuwd en zowel de symfonische totaalconstructie als de invulling van de afzonderlijke delen herdacht. Elke symfonie is als een laboratorium waarin ideeën worden getest, probleemstellingen worden beproefd, en een ontdekkingstocht doorheen nieuwe expressieve territoria wordt afgelegd. Precies daarom is er niet zoiets als ‘een typische Beethoven-symfonie’.

Terwijl symfonie nr. 7 de ‘tophit’ was in Beethovens tijd, is het de 9de symfonie die doorheen de eeuwen de meest iconische status heeft verworven. Voltooid in 1824 en gezegend met nog meer monumentale dimensies dan zijn voorgangers, verklankt deze meesterlijk gebouwde kathedraal de geboorte van triomf uit ontreddering en de zielentocht van introspectie naar jubelzang. Vormelijk steunt de compositie op twee muzikale concepten: een symfonie met koorfinale en een puur instrumentaal werk. Beethoven zou deze aanvankelijk als aparte composities hebben opgevat en aan beide schetsen zowat 10 jaar hebben gewerkt alvorens hij besloot ze in één partituur te gieten. Een volgende mijlpaal in de ontstaansgeschiedenis van n°9 was de integratie van Schillers Ode an die Freude in de finale: meteen de eerste keer in de geschiedenis dat een symfonie van vocale partijen werd voorzien.

Op het vormelijke en stilistische vlak wordt deze symfonie ook wel eens geduid als de verklankte transformatie van klassieke naar volbloed-romantische symfonie, die de weg plaveit voor de creaties van de Brahms/Liszt-generatie. De eerste drie bewegingen laten zich nog binnen het referentiekader van de classicistische symfonie duiden, weliswaar met een sterk verwijde harmonie, verregaande thematische integratie en nieuwe schaalgrootte. De Finale, echter, rukt zich helemaal los uit het traditionele model en zoekt via een rapsodische structuur, poëtische onderstroom en ethisch appèl een nieuwe weg naar het oor en hart van de toehoorder.