Francis Poulenc

  • Poulenc had affiniteit met het neoclassicisme en een voorliefde voor oude muziek?

JOS VAN IMMERSEEL. Klopt, hij componeerde zelfs een concerto voor klavecimbel, het Concert
Champêtre, dat bol staat van de rechtstreekse referenties aan de achttiende eeuw, hoewel
het geschreven werd in 1929. Toen was het klavecimbel een bijzonder exotisch instrument.
Hij schreef ook de Suite française d’après Claude Gervaise, verwijzend naar een componist
uit de vijftiende eeuw. Het befaamde langzame deel uit zijn Concerto pour deux pianos,
besteld door prinses Edmond de Polignac en in 1932 in Venetië gecreëerd door Poulenc en
Jacques Février in samenwerking met het orkest van Milaan, getuigt eveneens van die
voorliefde en is geschreven in zuivere Mozartstijl.
Ik was bijzonder onder de indruk van de Suite française, die oorspronkelijk in 1935
werd gecomponeerd voor de tweede acte van Margot van Édouard Bourdet. Het gaat om
een schitterende adaptatie van negen dansen uit de Livres de danceries van Gervaise uit
1655. Het werk ging nadien een eigen leven leiden. De instrumentatie is erg origineel:
twee hobo’s, twee fagotten, twee trompetten, drie trombones en natuurlijk een klavecimbel
en percussie. Laat u charmeren door de schitterende kleuren van de Franse fagotten, de
geanimeerde dialoog tussen de hobo’s en de trompetten, de zachtheid van de trompetten
en fagotten en het “spaarzame” gebruik van percussie om u te overtuigen van de pracht
van dit werk. Deze Suite française is voor mij de beste “vertaling” van oude muziek naar de
taal van de twintigste eeuw, boordevol knipogen en uiterst ontroerende passages.

 

  • Welk klavecimbel hebt u gekozen voor Concert champêtre?

JOS VAN IMMERSEEL. Het Concert champêtre werd gecomponeerd voor de befaamde
klaveciniste Wanda Landowska, die een Pleyel-klavecimbel uit 1912 bezat en die als eerste
totaal vergeten oude muziek weer opvoerde: dit grote concertmodel was een hybride
instrument met vijf klassieke octaven, aangevuld met een 16 voet-stop. Het instrument
beschikte over pianotoetsen, pedalen voor een snelle registerwijziging, een harmonietafel
die drie keer zo dik was als normaal en een uitzonderlijk hoge snaarspanning die het gebruik
van lederen plectra vereiste. De klank van een dergelijk model maakt indruk wanneer het
vlakbij staat in een kleine ruimte maar in een concertzaal draagt hij minder ver dan die van
een goed oud klavecimbel of van een goede kopie.
Sinds 1974 heb ik heel wat types van klavecimbels kunnen proberen voor de
vertolking van het Concert champêtre. Ik ben er nog altijd van overtuigd dat het befaamde
“Grand Modèle” of andere instrumenten van dit type niet geschikt zijn om met een orkest
te combineren. Ik verkies een uitstekend Frans klavecimbel uit de achttiende eeuw of een
goede kopie. Voor onze opname konden we beschikken over het prachtige instrument van
Émile Jobin, dat dateert uit 1983. Het gaat om een kopie van een klavecimbel dat in 1749
werd gebouwd door Jean-Claude Goujon en dat momenteel wordt bewaard in het Musée
de la Musique in Parijs. Deze kopie biedt – dankzij een kwalitatief superieur mechaniek met
toets- en articulatievariaties – een breed gamma aan kleuren en karakters dat de fantasie
van Poulencs muziek perfect tot zijn recht laat komen.